De AI Act geldt: wat betekent dat concreet voor jouw advocatenkantoor?
“Wij bouwen toch zelf geen AI?”
Het is een begrijpelijke reactie wanneer de AI Act ter sprake komt op een advocatenkantoor. De meeste kantoren ontwikkelen immers geen eigen AI-modellen. Toch betekent dat niet dat de Europese AI-verordening aan de advocatuur voorbijgaat.
Want ook organisaties die AI-systemen gebruiken, kunnen onder de AI Act verplichtingen hebben. En dat is inmiddels geen toekomstmuziek meer. Sinds 2 augustus 2026 is het grootste deel van de AI Act van toepassing.
Tegelijkertijd speelt er voor advocaten nóg iets. Naast Europese regelgeving blijven de bestaande beroepsregels gewoon gelden. De Nederlandse orde van advocaten (NOvA) heeft daarom eigen aanbevelingen opgesteld voor verantwoord AI-gebruik binnen de advocatuur.
De vraag is dus niet zozeer óf je als kantoor iets met de AI Act moet. Interessanter is: wat betekent deze regelgeving concreet voor de manier waarop je AI vandaag gebruikt?
De AI Act in het kort
De Europese AI Act trad op 1 augustus 2024 in werking en wordt sinds 2025 en 2026 gefaseerd toegepast. Zo gelden de regels rond verboden AI-toepassingen en AI-geletterdheid al sinds 2 februari 2025. De regels voor general-purpose AI-modellen volgden op 2 augustus 2025 en sinds 2 augustus 2026 is het grootste deel van de verordening van toepassing.
Voor bepaalde AI-systemen met een hoog risico geldt een langere overgangstermijn. Na aanpassing van de AI Act in juli 2026 gaan deze verplichtingen voor de toepassingen uit Bijlage III gelden vanaf 2 december 2027. Voor hoog-risico-AI die onderdeel is van gereguleerde producten geldt 2 augustus 2028.
De AI Act werkt risicogebaseerd. Niet iedere toepassing van AI brengt dezelfde verplichtingen mee. Een systeem waarmee een rechterlijke instantie bijvoorbeeld feiten en recht onderzoekt om een rechterlijke beslissing voor te bereiden, valt in een andere categorie dan een AI-assistent waarmee een advocaat een document samenvat of een eerste concept opstelt.
Dat onderscheid is belangrijk.
Ben je als advocatenkantoor een ‘gebruiksverantwoordelijke’?
In veel gevallen wel.
De AI Act maakt onder meer onderscheid tussen de aanbieder van een AI-systeem en de gebruiksverantwoordelijke – in de Engelstalige verordening de deployer. Dat laatste is een organisatie die een AI-systeem onder haar verantwoordelijkheid gebruikt.
Een advocatenkantoor hoeft dus geen AI te ontwikkelen om met de regelgeving te maken te krijgen. Wanneer medewerkers binnen de professionele praktijk AI-systemen inzetten, kan het kantoor als gebruiksverantwoordelijke worden aangemerkt.
Welke verplichtingen daarbij horen, hangt vervolgens af van het soort systeem en de manier waarop het wordt gebruikt.
Is AI in de advocatuur automatisch ‘hoog risico’?
Nee.
Dat een AI-toepassing wordt gebruikt voor juridisch werk of voor een belangrijk dossier betekent niet automatisch dat die toepassing volgens de AI Act als ‘hoog risico’ wordt aangemerkt.
De AI Act koppelt die classificatie aan specifieke toepassingen. Zo noemt Bijlage III bepaalde AI-systemen die worden gebruikt door of namens rechterlijke autoriteiten om feiten en recht te onderzoeken en toe te passen bij het nemen van rechterlijke beslissingen. Regulier gebruik van AI voor juridisch onderzoek, documentanalyse, samenvattingen of het opstellen van conceptteksten door een advocaat valt daardoor niet automatisch in dezelfde categorie.
Dat betekent overigens niet dat aan dit gebruik geen risico’s verbonden zijn. Een onjuist antwoord, een niet-bestaande bron of het onzorgvuldig verwerken van vertrouwelijke cliëntinformatie kan in de juridische praktijk grote gevolgen hebben.
Alleen komen de waarborgen daarvoor niet uitsluitend uit de AI Act. Ook beroepsregels, privacywetgeving en de professionele verantwoordelijkheid van de advocaat spelen een belangrijke rol.
AI-geletterdheid: weten waarmee je werkt
Een verplichting die voor vrijwel ieder kantoor relevant is, is AI-geletterdheid.
Artikel 4 van de AI Act bepaalt dat aanbieders en gebruiksverantwoordelijken maatregelen moeten nemen om de ontwikkeling van AI-geletterdheid te ondersteunen bij medewerkers en andere personen die namens hen AI-systemen gebruiken.
Daarbij moet rekening worden gehouden met onder meer hun technische kennis, ervaring, opleiding en de context waarin AI wordt toegepast. Sinds de wijziging van de AI Act in juli 2026 staat bovendien expliciet in de verordening dat organisaties hiermee geen specifiek kennisniveau van iedere individuele medewerker hoeven te garanderen.
De verordening schrijft dus geen verplichte cursus, een minimumaantal trainingsuren of een bepaald certificaat voor.
Wel vraagt verantwoord gebruik om meer dan medewerkers simpelweg toegang geven tot een AI-tool. Een advocaat die AI inzet, moet bijvoorbeeld kunnen begrijpen waar de beperkingen zitten, waarom output gecontroleerd moet worden en wanneer bepaalde informatie wel of juist niet in een systeem mag worden ingevoerd.
De beroepsregels blijven minstens zo belangrijk
Voor advocaten komt daar een belangrijk tweede kader bij.
De NOvA publiceerde eind 2025 de Aanbevelingen AI in de advocatuur. Daarin staan de vijf kernwaarden van de advocatuur centraal: onafhankelijkheid, partijdigheid, deskundigheid, integriteit en vertrouwelijkheid.
De belangrijkste boodschap is helder: AI kan ondersteunen, maar de advocaat blijft zelf verantwoordelijk voor het uiteindelijke advies en de belangen van de cliënt.
De NOvA adviseert advocaten onder andere om:
voldoende kennis op te bouwen over de werking en beperkingen van AI;
AI-output, bronnen, jurisprudentie en feiten altijd te controleren;
inzicht te hebben in waar data worden opgeslagen en verwerkt;
leveranciers zorgvuldig te selecteren;
geen vertrouwelijke cliëntgegevens in publieke AI-modellen zonder passende waarborgen in te voeren;
een kantoorbreed AI-beleid op te stellen;
intern én richting cliënten transparant te zijn over de manier waarop AI wordt gebruikt.
De kern daarvan sluit sterk aan bij de gedachte achter de AI Act: technologie mag ondersteunen, maar verantwoord gebruik vraagt om kennis, controle en duidelijke afspraken.
Transparantie wordt belangrijker
Ook transparantie krijgt binnen de AI Act een nadrukkelijkere rol.
Sinds 2 augustus 2026 gelden verschillende transparantieverplichtingen voor bepaalde AI-systemen. Een herkenbaar voorbeeld is een AI-systeem dat rechtstreeks met mensen communiceert. Daarbij moet duidelijk zijn dat iemand met AI te maken heeft, tenzij dit uit de omstandigheden al vanzelfsprekend is. Ook voor bepaalde synthetische of gemanipuleerde content gelden regels.
Voor advocatenkantoren raakt transparantie bovendien aan een bredere vraag: weet de cliënt hoe AI binnen het kantoor wordt ingezet?
De NOvA adviseert kantoren daarom een AI-beleid op te stellen en cliënten hierover te informeren. Dat hoeft niet te betekenen dat iedere afzonderlijke handeling met AI vooraf moet worden gemeld. Wel moet je kunnen uitleggen hoe je AI gebruikt en welke waarborgen daarbij gelden.
Wat kun je als kantoor nu doen?
Je hoeft daarvoor niet direct een omvangrijk complianceprogramma op te zetten. Begin vooral met overzicht.
1. Breng je AI-gebruik in kaart
Welke tools worden binnen het kantoor gebruikt? Door wie? En voor welke werkzaamheden? Vergeet daarbij niet dat medewerkers soms zelfstandig generatieve AI-tools gebruiken.
2. Kijk verder dan functionaliteit
Onderzoek bij leveranciers hoe gegevens worden verwerkt en opgeslagen, welke contractuele afspraken gelden en of input wordt gebruikt voor training van modellen. Zeker bij cliëntinformatie is dit essentieel.
3. Maak duidelijke gebruiksafspraken
Leg vast welke tools zijn toegestaan, welke informatie daarin mag worden verwerkt en wanneer menselijke controle noodzakelijk is.
4. Investeer in AI-geletterdheid
Zorg dat medewerkers niet alleen weten hóé ze een AI-tool gebruiken, maar ook begrijpen waar de beperkingen en risico’s zitten.
5. Borg de menselijke eindcontrole
AI kan onderzoek, analyse en schrijfwerk versnellen. De advocaat blijft echter verantwoordelijk voor wat uiteindelijk naar een cliënt, wederpartij of rechter gaat.
6. Maak je beleid uitlegbaar
Steeds meer cliënten willen weten hoe hun juridische dienstverlener met AI en vertrouwelijke informatie omgaat. Zorg dat je daarop een helder antwoord hebt.
Van compliance naar vertrouwen
Misschien is dat uiteindelijk wel het belangrijkste gevolg van de AI Act.
De regelgeving vraagt niet van advocatenkantoren om AI buiten de deur te houden. Integendeel: AI kan veel betekenen voor juridische professionals. Maar het tijdperk waarin een organisatie zonder duidelijke afspraken verschillende AI-tools kon uitproberen, loopt wel ten einde.
De combinatie van de AI Act, de bestaande beroepsregels en de aanbevelingen van de NOvA vraagt om regie.
Weten welke technologie je gebruikt. Begrijpen wat die technologie wel en niet kan. Bewust omgaan met cliëntinformatie. En zorgen dat de advocaat altijd zelf aan het stuur blijft.
Kantoren die dat goed organiseren, voldoen niet alleen beter aan de regels. Ze kunnen ook richting cliënten laten zien dat innovatie en verantwoordelijkheid prima samen kunnen gaan.