Waarom AI nooit het laatste woord zal hebben in de rechtszaal
Bij de Amsterdamse Ondernemingskamer gebeurde onlangs iets wat nog lang zal worden naverteld. Een advocaat met dertig jaar ervaring verwees in een processtuk naar jurisprudentie die niet bestond. Toen de rechter het opmerkte, probeerde ze het te herstellen. Met drie nieuwe verwijzingen. Die ook niet bestonden.
Drie hallucinaties, één zaak. De rechterlijke reactie was kort maar vernietigend.
Dit is geen Amerikaans verhaal meer. Het speelt in Nederlandse rechtszalen, bij Nederlandse advocaten, onder toezicht van Nederlandse dekens. En het maakt iets zichtbaar dat we als sector eerlijk moeten benoemen: AI is een uitzonderlijk krachtig hulpmiddel, maar het heeft geen juridisch oordeel. En het zal dat ook niet krijgen.
Wat AI bijzonder goed doet
De waarde van AI in de juridische praktijk is reëel en meetbaar. Een onderzoek van Harvard Law toonde aan dat AI-ondersteunde tekstmarkering de beoordelingstijd van juridische documenten met 30 procent reduceerde, zonder meetbaar kwaliteitsverlies. Volgens Thomson Reuters kan AI per juridisch professional zo'n 240 uur per jaar vrijmaken. Bijna de helft van de juristen die AI gebruiken rapporteert minder werkstress en een betere werk-privébalans.
Dat zijn geen beloftes. Dat zijn resultaten.
AI is sterk in het doorzoeken van grote hoeveelheden dossierstukken, het opzoeken van relevante jurisprudentie, het signaleren van patronen in documentatie. Het doet dat sneller en systematischer dan welke jurist ook.
Maar dezelfde Harvard-studie liet iets anders zien: AI-gegenereerde samenvattingen van juridische documenten leverden geen meetbare verbetering op. Het opzoeken ging sneller. Het begrijpen niet.
Plausibel is anders dan correct
In de Nederlandse rechtszaal is dat verschil inmiddels tastbaar geworden. Rechters in Arnhem, Rotterdam en Groningen hebben het afgelopen jaar uitspraken gedaan waarin zij het vermoeden uitspraken dat advocaten AI-output zonder controle hadden overgenomen. De rechtbank Noord-Nederland formuleerde het zo: zij vermoedde dat "de vindplaatsen via ChatGPT of een vergelijkbare zoekmachine zijn opgedoken en zonder controle in de processtukken zijn overgenomen." De rechtbank Oost-Brabant noemde het "kwalijk" als dat niet wordt gecontroleerd.
Dat is geen technisch probleem. Het is een vakinhoudelijk probleem. AI kan tekst produceren die juridisch plausibel klinkt. Maar plausibel is niet hetzelfde als correct. En correct is niet hetzelfde als verdedigbaar in de context van een specifieke zaak, voor een specifieke rechter, met een specifieke tegenpartij.
Juridisch werk draait niet alleen om het vinden van de juiste bronnen. Het draait om het wegen van argumenten, het inschatten van reacties, het beoordelen of een lijn niet alleen technisch klopt maar ook ethisch standhoudt. Dat is een categorie waar AI structureel buiten valt.
Hallucinaties geen incident meer
De internationale database van onderzoeker Damien Charlotin telt inmiddels meer dan 1.900 gevallen van AI-hallucinaties in juridische processtukken, wereldwijd. Zeven daarvan in Nederland. En dat is vermoedelijk het topje van de ijsberg: Charlotin vermoedt dat veel gevallen ongemerkt door procedures glippen.
In Nederland heeft deken Wouter Timmermans bevestigd dat minimaal drie advocaten een waarschuwing hebben gekregen. Twee advocaten werden verplicht op AI-cursus gestuurd. Bij de rechtbank Gelderland werd een advocaat voor de tweede keer betrapt op hetzelfde probleem.
Niet voor niets koos Van Dale "hallucineren" als woord van het jaar 2025.
En het zijn niet alleen advocaten die AI de rechtszaal binnenbrengen. Steeds vaker komen cliënten zelf met AI-gegenereerde stukken vol fouten. Een advocaat uit de familierechtpraktijk vertelde aan het Financieele Dagblad dat hij regelmatig documenten krijgt die voor meer dan de helft herzien moeten worden. Zijn conclusie: "Je wordt eigenlijk een onzin-checker naast je reguliere werk."
Regulering bevestigt: de mens beslist
De lijn in wetgeving is eenduidig. De Europese AI Act verplicht menselijk toezicht bij hoog-risico AI-systemen. Kazachstan verankerde in november 2025 het principe van "antropocentriciteit" in zijn AI-wet: AI imiteert menselijke cognitieve functies, maar vervangt de menselijke verantwoordelijkheid niet.
De Orde van Advocaten publiceerde AI-aanbevelingen met één kernboodschap: AI mag een hulpmiddel zijn, maar de advocaat blijft verantwoordelijk voor wat er de deur uit gaat. Dat is geen voorzichtige positie. Het is een principiële.
AI wel complementair, niet concurrerend
AI verandert het juridische vak. Het maakt bepaald werk sneller, bepaald werk overbodig, en bepaald werk beter. De beroepsgroep groeit ondanks de voorspellingen: werkgelegenheid voor juristen staat op recordhoogte, en het advocatenaantal bij grote kantoren neemt toe.
Maar AI verandert niets aan de fundamentele aard van juridische besluitvorming: een mens die verantwoordelijkheid neemt voor een oordeel, in een context die alleen een mens volledig kan overzien.
Dat is geen conservatief standpunt. Het is een constatering die steeds breder wordt gedeeld. Van rechtbanken in Rotterdam tot wetgevers in Brussel en Astana.
Het laatste woord in de rechtszaal is en blijft van de jurist, gelukkig maar.